Functioneel visueel onderzoek

Een klassiek visueel onderzoek is gericht op het opsporen van bijziendheid, verziendheid, astigmatisme, luie ogen en scheelziendheid.

Bij een functioneel visueel onderzoek wordt het zien als een proces geëvalueerd.

Optometrisch basisonderzoek

Naast het meten van de gezichtsscherpte wordt nagegaan of visuele vaardigheden zoals scherpstelling, oogbeweging, oogsamenwerking, dieptezicht doeltreffend en evenwichtig werken.
De visuele analyse laat verder toe te begrijpen hoe en waarom iemand zich visueel is gaan aanpassen aan bepaalde taken of omstandigheden. Daarnaast wordt ook de relatie tussen zien en motoriek en tussen zien en gedrag onderzocht.

Optometrisch ontwikkelingsonderzoek: voornamelijk bij kinderen en adolescenten met lees-, leer- en ontwikkelingsmoeilijkheden.

Naast visueel-technische aspecten worden de visuele leervoorwaarden geëvalueerd. Dit zijn de voorwaarden waaraan een kind op een bepaalde leeftijd moet voldoen.
Belangrijke visuele vaardigheden bij leren, lezen en schrijven zijn:

  • Scherpstelling
  • Oogbewegingen
  • Samenwerking tussen beide ogen
  • Oog-handcoördinatie
  • Visueel woordbeeld: om snel woorden te kunnen herkennen
  • Visualiseren om het geheel te zien
  • Visueel geheugen: onthouden wat je gezien hebt
  • Perifere waarneming/zijzicht: tijdens het lezen de regelsprongen plannen en de bladzijden overzien + goed van het ene naar het andere punt in de ruimte kunnen kijken zonder te zoeken (bv. van het bord naar een papier)

Visuele screening: voornamelijk bij kleuters waarbij een volledig visueel standaardonderzoek nog niet kan worden afgenomen.

Ook bij kleuters komen visuele problemen voor, vaak zonder aanwijsbare klachten. Daarom is het preventieve karakter van dit onderzoek zo belangrijk. Zo kunnen een lui oog of minder goede schoolse prestaties ondanks voldoende potentieel worden voorkomen. Het is aanbevolen dat elke 5-jarige kleuter visueel onderzocht wordt.